Protocollen

8.4 Installatie Broedermeesters

Dit vindt jaarlijks plaats tijdens de eucharistieviering ter gelegenheid van het feest van de Broederschap van Sint Servaas.

De Pastoor-deken houdt een toespraak, voor de ambo.

De broedermeesters gaan recht staan en de Pastoor-deken nodigt de voorzitter van de Broederschap uit om de te installeren leden naar het priesterkoor te begeleiden.

Één van de nieuwe broedermeesters gaat naast de Pastoor-deken staan en legt de volgende verklaring af:

Mede namens mijn confraters verklaar ik dat wij ons naar beste vermogen willen inzetten voor de eredienst in deze Sint Servaasbasiliek en voor de devotie tot Sint Servaas.

Pastoor-deken:

Dan bent U bij deze bevestigd en geïnstalleerd tot broedermeester van de Broederschap van Sint Servaas. Ten teken hiervan zal ik U de Medaille van de Broederschap uitreiken, nadat ik deze eerst gezegend heb.

Zegening van de medailles.

Deken: Onze hulp is in de naam van de Heer.

Allen: Die hemel en aarde gemaakt heeft

Deken: Heer, verhoor mijn gebed.

Allen: En mijn roepen kome tot U.

Deken: De Heer zij met U.

Allen: En met U geest.

Deken: Laat ons bidden.

Almachtige God, zegen deze tekenen van de Broederschap van de Heilige Servatius en schenk Uw genade aan hen die ze dragen. Laat hen Uw naam eren en dienstbaar zijn aan Uw kerk en aan Uw mensen. Door Christus onze Heer.

Allen: Amen.

 

De Pastoor-deken besprenkelt de medailles met wijwater en reikt ze uit.

De nieuwe broedermeesters blijven op het priesterkoor en wachten nabij de banken achter de stoel van de Pastoor-deken, om na de geloofsbelijdenis de voorbeden uit te spreken.

 

Gelegenheid tot felicitaties is ná de eucharistieviering.


8.5. Protocollen tijdens vieringen

Richtlijnen met betrekking tot de in acht te nemen kerketiquette

Ceremoniemeester(s)

Als regel vervult de voorzitter tevens de taak van ceremoniemeester. Bij afwezigheid van deze wordt hij vervangen door een bestuurslid. Bij bijzondere gelegenheden zoals de stadsprocessie en de heiligdomsvaart kan hij een tweede of derde ceremoniemeester benoemen.

Bij elke gelegenheid geeft de ceremoniemeester vooraf duidelijke instructies. Plaatsvervangende ceremoniemeesters krijgen tijdig bericht, zodat zij zich op hun taak kunnen voorbereiden. Overal waar de broederschap naar buiten treedt is de ceremoniestaf aanwezig.

Diensten in de kerk

In- en uittocht in processie. Broedermeesters en roededragers stellen zich op in twee rijen waarbij gelet moet worden op de lichaamslengte. De eerste twee broedermeesters lopen ongeveer 1 mtr achter de ceremoniemeester. Bij de uittocht in processie wordt bij het verlaten van het priesterkoor dezelfde plaats ingenomen. In processie wordt zoveel mogelijk in de pas gelopen, waarbij gelet dient te worden op de overbuurman (gelijk oplopen). Bij oneven aantal loopt de laatste broedermeester tussen zijn twee voorgangers. Dit geldt in het bijzonder voor de roededragers. Twee roededragers lopen iets voor en twee iets achter de geestelijke.

Bij het betreden van het priesterkoor maakt men gelijktijdig met de buurman een buiging VLAK voor het altaar, waarbij vermeld wordt dat de ceremoniemeester dit samen met de eerste twee broedermeesters doet. Vervolgens is de looprichting rechts en links langs de verhoging van het altaar naar de koorbanken. Men dient plaats te nemen in de koorbanken aan de zijde waar men is opgelopen.

De roede dragers buigen als volgt: voorste twee lopen door tot aan het altaar, buigen en gaan links en rechtsom naar hun plaats. Dan knielt de hoofdcelebrant – de achterste roededragers wachten op gepaste afstand (ong.2 mtr. achter altaar)-. Tot slot lopen de achterste roededragers tot aan het altaar, buigen en gaan links en rechtsom naar hun plaats.

Van de linker koorbanken worden de eerste drie plaatsen vrijgelaten voor de ceremoniemeester en twee roededragers.

Van de rechter koorbanken worden de eerste twee plaatsen vrijgelaten voor de twee roededragers. Vervolgens links en rechts vanaf altaar opvullen.

Alle broedermeesters blijven staan totdat de ceremoniemeester aangeeft dat men kan gaan zitten.

Tijdens de eucharistieviering geeft de ceremoniemeester het moment aan waarop allen gelijktijdig gaan zitten of staan (bij diens afwezigheid neemt de 2e ceremoniemeester deze taak over).

* protocol:

  • Minimaal 5 minuten voor aanvang van een viering zorgdragen voor rust in de sacristie
  • Bij het begin van de dienst gaan allen staan tot na de begroeting door de celebrant.
  • Iedereen zit tot het evangelieboek naar de ambo wordt gebracht 
  • Zodra het evangelieboek door de celebrant of diaken van het altaar wordt genomen gaan allen staan tot het begin van de preek.  (op teken ceremoniemeester)
  • Tijdens de preek zit iedereen.
  • Tijdens de aansluitende geloofsbelijdenis (Credo) staan allen.
  • Na de geloofsbelijdenis gaan allen zitten tot het begin van de prefatie (alleen staan bij de bewieroking aan het slot van de offerande).
  • Bij het begin van de prefatie gaan allen staan.
  • Tijdens het gezongen Sanctus zit iedereen.
  • Na het Sanctus staan allen tot na het ophalen van de H. Communie uit het ciborium door een van de acolieten.
  • Hierna zitten tot het einde van de viering, maar een kort ogenblik staan als een van de acolieten met de in het ciborium bewaarde H. Communie passeert en uiteraard staan om aan de communie deel te nemen.
  • Bij het begin van de zegen gaan allen staan tot het einde van de viering.

 

Vóór het verlaten van het priesterkoor draaien de Broedermeesters zich en kwartslag (gezicht naar het ciborium). Op teken van ceremoniemeester maken allen een buiging. Daarna draaien allen een halve slag (gezicht naar kerk).

De roededragers stellen zich op links en rechts voor aan de rode loper.

Op teken van ceremoniemeester verlaten allen het Hoogkoor.

Volgorde van de grote lntrada en Extrada

  1. Cappella (bij deelname, nooit bij extrada)
  2. Suisse
  3. Kerkbestuur
  4. Wierook, kruis en flambouwen
  5. Conopeum en tintinnabulum (bij extrada stadsprocessie)
  6. Dragersgilde (bij deelname)
  7. Graf van Sint Servaas (bij deelname)
  8. Broederschap
  9. Misdienaars en acolieten
  10. Lectoren
  11. Diaken met Evangelarium
  12. Concelebranten
  13. Hoofdcelebrant met roededragers

 

Dragen van roeden en lampjes

De roededragers worden aangewezen door het bestuur. Bij begeleiding van het Allerheiligste worden de roeden en de lampjes aan de binnenzijde gedragen. Bij Intrada en Extrada, bij begeleiding hoofdcelebrant, worden de roedes aan de buitenkant gedragen.

Er dient op gelet te worden dat de roede loodrecht wordt gehouden, met gestrekte arm naar beneden.

 

Tenue

Tenue tijdens optreden als Broederschap van Sint Servaas, zowel individueel als in groepsverband.

Correct jacquet, bestaande uit:
       Zwarte jas gesloten met sluitknoop
          op de rechter revers het Broederschapsteken
          In het knoopsgat links de Broederschapsmedaille
       Gestreepte grijze broek met scherpe vouw
       Zwart vest
       Wit overhemd
       Stropdas Broederschap correct geknoopt
       embleem midden tussen hals en vest
       Zwarte schoenen zonder opvallende versieringen; goed gepoetst
       Sokken;effen, zwart
       Witte handschoenen

Het geheel dient schoon en goed passend te zijn.

Tijdens processies en ommegangen worden geen toevoegingen als parapluis, zonnebrillen, regenjassen, enz. gedragen.

Tijdens de dienst worden de handschoenen uitgedaan en kan de knoop van de jas worden losgemaakt.

 

Collecteren

Tijdens zon - en feestdagen dient men in gepaste kleding te collecteren. Bij voorkeur in colbert zeker in een geklede broek met nette trui.

Collectanten dienen op tijd aanwezig te zijn. Men dient met collecteren te beginnen zodra het altaar wordt klaargemaakt. Collectanten verlaten het altaar via de zijtrap en treden gezamenlijk aan voor het maken van een buiging alvorens men begint te collecteren. Bij grote eucharistievieringen zoals de hoogmis tijdens kerstdag en paasdag, bijzondere vieringen en de nachtmis volgen de collectanten de aanwijzingen van de ceremoniemeester op.

Als met meer dan vier collectanten wordt gecollecteerd gaat men gelijktijdig naar achteren. De ceremoniemeester gaat mee naar beneden, buigt met de collectanten voor het altaar en gaat dan rechtsom naar achteren in de kerk. Hier wacht hij de collectanten op en loopt gezamenlijk door het middenpad naar voren. Bij deze actie neemt hij de ceremoniestaf mee. De broedermeesters die in de transepten collecteren, wachten bij de pilaren en buigen samen met de andere collectanten. De ceremoniemeester staat hierbij geheel links. Het buigen wordt voor afgegaan door een tik met de ceremoniestaf op de vloer. De collectanten lopen 2 aan 2 naast elkaar.

Men dient op te letten dat de korfjes niet rinkelen. Dit wordt als erg storend ervaren.

Gewone zondagen door het jaar, 2 collectanten

2 collectanten (nr 5 en 4) door middenpad naar achteren, langs zijbeuken terug.
4 collectanten (nr 6, 5, 4 en 3)
6 collectanten (nr 2, 6, 5, 4,3 en 1)
8 collectanten (nr 2, 8, 6, 5, 4, 3, 7 en 1)
10 collectanten (zie tekening)

In alle gevallen moet er rekening worden gehouden met collecteren op het priesterkoor (nr 11) Deze wordt door de ceremoniemeester aangewezen.

Verlaten en betreden altaar via de zijtrap. Mandjes niet bij elkaar schudden.

Alle broedermeesters blijven tijdens de vieringen in de kerk.

 

Het dragen en begeleiden van de hemel en de noodkist

De dragergroepen dienen bij voorkeur vroegtijdig te worden samengesteld. Voor het dragen van de roeden en de lampjes worden eveneens groepen samengesteld.

De ceremoniemeester wijst twee broedermeesters aan die het samenstellen van de groepen regelen. Alle broedermeesters dienen hun aanwijzingen strikt op te volgen.

 

Deelname aan processies

Er zijn momenten dat de Broederschap van Sint Servaas uitgenodigd wordt deel te nemen aan kerkelijke processies. Voorbeelden hiervan zijn de Bron- en Stads-processie in Maastricht ieder jaar in mei en de stadsprocessie in Weert in ieder oneven jaar in juli.

Voorwaarde vanuit de Broederschap is een minimum aantal deelnemers van 14 personen.

Deze worden als volgt opgesteld:

oneven aantal deelnemers                             even aantal deelnemers

C = ceremoniemeester. Afstand tot de overige broedermeesters maximaal 2 meter.

Opstelling van de broedermeesters op lengte, van klein naar groot.

Alle broedermeesters in compleet tenue van de Broederschap.

 

Schema hemel dragen

Deze procedure is voornamelijk bedoeld voor de stadsprocessie, maar zal ook zoveel mogelijk gevolgd worden bij andere processies waarbij een hemel wordt gedragen.

De dragers van de lampjes lopen achter de flambouwdragers, voor de hemel. Deze opstelling in verband met ruimtegebrek in de smalle straten en ter voorkoming van hinder bij het wisselen. De "wisseldragers" lopen direct achter de hemel.

De roededragers lopen op gelijke hoogte met de voorste en achterste hemeldrager.

De voorste flambouwdragers dienen het looptempo zo aan te passen dat de achterban kan aansluiten.

Men let tijdens het dragen op buurman en overbuurman. In de pas lopen is een eerste vereiste, zowel voor hemeldragers, roededragers en de overige lopers.

Regel: De maat valt gelijk met het vooruitzetten van de linker voet.

Tijdens de Heiligdomsvaart staat de Noodkist en dus ook de Broederschap een aantal keer in het middelpunt van de belangstelling. Wij moeten dus zorgen dat we er op die momenten "Staan".

De ommegangen zijn voor de Broederschap de momenten dat we met de grote dragersgroep moeten aantreden. Deze groep bestaat uit 2 x 16 dragers, vanaf nu te noemen groep 1 en 2. Binnen deze groepen heeft iedere drager een nummer, gekoppeld aan zijn plaats onder de berrie. Voor de samenstelling van de groepen is de lengte (schouderhoogte) van de dragers essentieel.

De groep die niet draagt, loopt in dezelfde formatie achter de berrie. Voor het overige wordt voor de opstelling van de Broederschap zoveel mogelijk gestreefd naar een opstelling gelijk aan die bij het dragen van de hemel.

Volgorde: (van links naar rechts):

Ceremoniemeester, Flambouwen, Noodkist met dragers, overige broedermeesters, 2e dragersgroep

Voor de overige verplaatsingen van de noodkist hebben we een groep van 8 dragers en 2 reserves, die binnen de Basiliek met de kleine berrie manoeuvreert. Ook voor de opstelling van deze groep is de lengte essentieel.

Deze zogenaamde kerngroep is ook belast met de handelingen benodigd om de Noodkist vanuit de vitrine in de schatkamer op de berrie te plaatsen en met het terugplaatsen van de Noodkist in de vitrine. Dit betekent dat in deze groep te allen tijde een aantal leden moeten zitten die bekend zijn met deze procedures en met de technische specificaties van de berrie en toebehoren. In geval van wijzigingen in deze groep, wordt e.e.a. geregeld na overleg met bestuursleden c .q. de voorzitter.

De plaats van de noodkist in de stoet bij intrada en extrada wordt per gelegenheid bepaald in overleg met het organiserende comité.

 

Aandachtspunten

Vóór het tillen staan de dragers gebukt onder de berrie. Dit moment wordt tot een minimum beperkt.
Het neerzetten dient gelijkmatig te gaan, zodat de Noodkist geen onnodige schokken krijgt.
Eenieder dient zich bewust te zijn van het feit dat er op de Broederschap gelet wordt, zowel onder als achter de berrie.
Bij wissels is snelheid belangrijk, maar de veiligheid van de Noodkist blijft voorop staan.
De nummers 1, 4, 5, 8, 9, 12, 13 en 16 laten de berrie pas los wanneer zij zijn afgelost of de poten van de berrie zijn uitgeklapt.
Bij handelingen aan de berrie, vormen de broedermeesters die géén deel uitmaken van de kerngroep een cordon om de berrie en de Noodkist.

 

Commando’s voor bewegingen met de berrie en hemel

Optillen berrie/hemel (OPGELET) DRIE, TWEE, EEN, TIL
Starten met lopen (OPGELET) LINKS, TWEE, LINKS
Halthouden (OPGELET) HALT, EN, STA, STIL
Neerzetten berrie/hemel (OPGELET) DRIE, TWEE, EEN, NEER
Bij het vetgedrukte commando, wordt de bewuste handeling uitgevoerd.

 

Begeleiden van het communiceren

Tijdens hoogtijvieringen begeleiden een aantal broedermeesters de geestelijken tijdens het uitreiken van de Heilige Communie. De ceremoniemeester zal een aantal broedermeesters hiervoor aanwijzen. De broedermeesters lopen achter de misdienaars via het trapje naar beneden, zodra deze zich hebben opgesteld voor de communie (tijdens Agnus Dei). Beneden aangekomen begeven de broedermeesters zich onopvallend naar de vooraf aangewezen plek in de basiliek (zie plattegrond) en wachten daar op de komst van de celebrant. De broedermeester stelt zich op schuin naast de celebrant aan de zijde waar de mensen na het ontvangen van de communie weglopen (ongeveer op 2 meter afstand).

Na het uitreiken van de communie aan de gelovigen ontvangt de broedermeester als laatste de communie. Hierbij heeft hij de handschoenen UIT.

Heilige Communie voor hen die in de koorbanken zitten

De H. Communie zal worden uitgedeeld bij het Ciborium. De aanwezigen op het koor wachten voor de communiegang op aanwijzingen door de ceremoniemeester van de Broederschap. Als eerste komt de bovenrij (1) van de koorbanken aan de Noordzijde (aan de kant van de credens) vanaf het altaar richting Ciborium. Vervolgens de benedenrij (2) van de Noordzijde, dan de bovenrij (4) van de Zuidzijde (aan de kant van het Tintinnabulum en het Conopeum) en tenslotte de benedenrij (3) van de zuidzijde.

Tijdens grote vieringen zijn ook de stoelen tussen de koorbanken bezet.

Meestal door de leden van het Dragersgilde. In dit geval gaan de mensen die op de stoelen aan de noordzijde zitten ter communie na de koorbanken aan de zuidzijde. Zij worden gevolgd door diegenen op de stoelen aan de zuidzijde.

Tijdens de communiegang wordt het borstbeeld tegen omstoten beveiligd door twee leden van het dragersgilde.

Alle aanwezigen blijven staan voor de koorbanken (en stoelen), totdat de celebrant die de communie heeft uitgereikt weer terug is op het altaar. Pas dan, na het sein van de ceremoniemeester, gaat iedereen weer zitten.


8.6 Begeleiding bij uitvaart Broedermeester

Dit protocol wordt in overleg met en naar wens van nabestaande(n) uitgevoerd.
Dit overleg wordt gevoerd door de ceremoniemeester, dan wel diens vervanger.

Opstellen zerk achter in gang boven graf van de Heilige, met links- en rechtsvoor broedermeesters met roede (aan buitenzijde). Eén broedermeester draagt zorg voor het wijwater (regelen met koster). Overige broedermeesters stellen zich in twee linies op rechts voor de zerk. Hierbij staan de broedermeesters met de armen recht naar beneden, benen gesloten (in houding).

* aan gezien de Sint Servaas zelf geen wijwater vaatje heeft zal e.e.a. in overleg met de uitvaartondernemer moeten worden kortgesloten (aktie ceremoniemeester).

 

Volgorde van intocht

Wierook, kruis 
Geestelijkheid met misdienaars en acolieten
Ceremoniemeester
Overige broedermeesters
Roedes (aan buitenzijde) voor de zerk (worden gewisseld bij het naar voren gaan)
Zerk, gedragen of gereden door 6 broedermeesters (in overleg met nabestaande(n))
Familie

 

Tijdens dienst

Familie rechtsvoor in middenschip
2 broedermeesters met roede (buitenzijde) links en rechts, achteraan zerk, gezicht richting altaar (maximaal 30 min).
Reserve roededragers (6) linksvoor in middenschip op gereserveerde plaatsen (taak ceremoniemeester).
Overige broedermeesters op priesterkoor
Overige dienstactiviteiten conform richtlijnen "diensten in de kerk"

Volgorde van uittocht

Wierook, kruis
Geestelijkheid met misdienaars en acolieten
Ceremoniemeester (alleen bij dragen/rijden zerk)
Overige broedermeesters (via zijkant priesterkoor de kerk verlaten, naar lange gang voor erehaag) 
Erehaag: Ceremoniemeester staat hierbij naar keuze links of rechts vooraan. Broedermeesters staan hierbij met het gezicht naar de as van de gang. Armen recht naar beneden, benen gesloten (in houding). Opstellen vanaf deur naar kerk. 
Roedes (aan buitenzijde) voor de zerk (lopen mee tot aan lijkauto), samen met ceremoniemeester.
Zerk, gedragen of gereden door 6 broedermeesters (in overleg met nabestaande(n))
Familie.

 

Volgorde op Kerkhof

Ceremoniemeester + uitvaartleider
Broedermeesters
Geestelijke
Zerk gedragen of gereden door 6 broedermeesters (in overleg met nabestaande(n))
Familie
Overige aanwezigen
Aangekomen bij graf /plaats afscheid, opstellen aan zijkant, afhankelijk van situatie (taak ceremoniemeester).

 

Overige afspraken

  1. Alle broedermeesters zijn uiterlijk 15 min voor openstelling kerk aanwezig (voor het vormen van erehaag) (taak ceremoniemeester om broedermeesters hierover te informeren).

  2. Broedermeesters die moeite hebben met "lang" staan, nemen plaats in de kerk

  3. Bij uitvaart in andere kerk, regelt de ceremoniemeester de opstelling (zoveel mogelijk overeenkomstig bovenstaande protocollen).

  4. Collecteren en/of uitdelen gedachtenisprentjes zal door ceremoniemeester in overleg met uitvaartleider worden geregeld.


8.7 Begeleiding bij Eerste Heilige Communie en Heilig Vormsel

Bijzonder aandachtspunten Eerste Heilige Communie:

  1. De aangewezen Broedermeesters zijn 1 uur voor aanvang van de dienst aanwezig. Dit i.v.m. het toewijzen van de plaatsen aan de kerkgangers (conform reserveringskaartjes).

  2. 5 min vóór aanvang dienst, nemen broedermeesters "strategische* plaatsen in", zodat niemand door kerk gaat lopen, fotograferen of filmen (orde handhaving).

  3. Tijdens communiceren geven 4 broedermeesters (2 eerste helft banken, 2 tweede helft) aan wanneer volgende rij kerkgangers naar voren kunnen gaan.

  4. Voorbij de plaats van communie-uitreiking staan broedermeesters ter controle, dat de kerkgangers de Hostie in de mond stoppen (en niet in hun zak) --> zie onderdeel "Begeleiden van het communiceren").

  5. Bij uittocht van de Communiekanten (einde dienst) opletten dat kerkgangers niet in het middenpad gaan staan/lopen.

 

Bijzondere aandachtpunten Heilig Vormsel:

  1. Begeleiding vormeling en ouders naar priesterkoor. Eén of twee broedermeesters laten vormeling en ouders één voor één naar voren gaan.

  2. Overige, voor zover van toepassing, zie Eerste Heilige Communie.

*2 broedermeesters L- en R- voor bij altaar; 2 broedermeesters L- en R- tussen 1 en 2 stel banken; 2 broedermeesters L- en R- achter in kerk; 2 broedermeesters bij uitgang.


8.8 Roedes

Gebruik van de roedes van de Sint Servaas Basiliek.

Klein stukje geschiedenis (samenvatting uit het boekje van Fäös Brouns pag. 65/66)

De 4 antieke roedes van de Sint Servaas basiliek dateren van het midden van de negentiende eeuw.
De eerste vier broedermeesters/roededragers werden door het toenmalige bestuur aangewezen als dragers (alsmede twee reserve dragers). Zij werden benoemd voor het leven. De roedes werden door deze eerste vier broedermeesters/roededragers zelf bekostigd.
In 1985 werden de roedes voor de eerste keer gerestaureerd.
In 2003 werden de roedes voor de tweede keer gerestaureerd.

De beeltenissen in de roedes stellen resp. voor (van links naar rechts):

Sint Monulphus, Sint Servaas, Sint Gondulphus, Sint Lambertus

 

Gebruik van de roedes

Het moge duidelijk zijn dat deze uiterst kwetsbare kunstwerken met de nodige voorzichtigheid moeten worden behandeld.

Daarom worden hieronder een aantal richtlijnen opgesteld waaraan zich allen dienen houden.

 

  • De roedes zijn opgeborgen in een, daarvoor ingerichte, houten kist met bekleding.

  • Deze kist bevindt zich in de sacristie.

  • De roedes worden ALLEEN vastgepakt met handschoenen aan.

  • De roedes worden NOOIT aangeraakt met de blote hand(en) – i.v.m. de zuurvorming van het lichaamsvocht van handen op het bladgoud -.

  • De ceremoniemeester of een aangewezen broedermeester opent de kist (eerst linkervleugel) en reikt de eerste twee roedes uit aan de aangewezen dragers. Daarna wordt de rechtervleugel geopend en de volgende twee roedes uitgereikt aan de aangewezen dragers.

  • De roededragers houden de roedes verticaal in de hand.

  • De roedes worden NOOIT op de grond gezet, neergelegd of opgehangen, tenzij in de daarvoor bestemde kist of de daarvoor bestemde houders op het altaar.

  • Het is – uiteraard – uit den boze om op de roedes te leunen.

  • De roedes worden NIET gepoetst, tenzij daarvoor door het bestuur opdracht wordt gegeven aan een gespecialiseerd bedrijf/persoon.

  • Eventuele beschadigingen worden direct gemeld aan de ceremoniemeester of het bestuur.

  • De roedes worden gedragen conform de richtlijnen van de protocollen (bij de tweede bol van beneden en steunend tegen de schouder).

  • Bij regen weer (tijdens processies) worden de beeltenissen afgedekt met een plastic hoesje.

 

 

Wanneer wij bovenstaande richtlijnen serieus en met de nodige zorg in acht nemen, zullen de Broederschap en de gelovigen nog lang kunnen genieten van het uittrekken en meedragen van de roedes.